Trivia

Leuke feitjes, foto’s, filmpjes of stukjes, je vindt ze op deze pagina! Zelf een leuke toevoeging? Stuur ze op via de contactpagina of edochrubbish@gmail.com en we voegen het toe.

Lustrumlied Lustrum XI: BaLVast
’t Gôske door de jaren heen
’t Gôske: schrijven we het wel goed?

Uit ’t Gôske, seizoen 2020-2021, editie 2

Verschillende rubrieken zijn er al volgeschreven over de betekenis van het woord ‘Gôske’. Juist ja, het blad wat je op dit moment aan het lezen bent. In het geval je niet onder de indruk bent van taaltechnische weetjes, blader dan snel verder, want dit wordt puur semantiek en fonetiek.

Binnen de club is de algemene consensus dat Gôske oud Twents is voor iets als slaghout. Ik ging op zoek naar bevestiging en wat specifiekere informatie, en die vond ik bij de Twentse Taalbank. Aan de andere kant van de lijn zit Goaitsen van der Vliet, met wie ik enkele keren hierover contact heb. Zijn eerste antwoord bevestigt gelijk ons vermoeden: ‘Een ‘goske’, ‘gosche’ of ‘gösche’ is Twents voor een dikke knuppel om mee te slaan, een soort slaghout dus.’ Geen vuiltje aan de lucht dus, toch?

Toch wel, want Goaitsen vervolgt: ‘Het dakje in ‘het Gôske’ zal aangeven, dat de o dof moet worden uitgesproken, als in ‘dom’, ‘zon’ en ‘bok’, en dus niet als in ‘kop’, ‘rot’ en ‘stok’.’ Redelijk choquerend, want wij spreken het allemaal uit als ‘Guske’.  

Dus de vraag: spreken wij ‘Gôske’ verkeerd uit? Moeten we voortaan ‘Göske’ schrijven zodat we ‘Guske’ kunnen blijven zeggen? Of moeten we het bij ‘Gôske’ houden, en allemaal maar naar een cursus oud-Twentse uitspraak gaan?

Een van Goaitsens naslagwerken bepleit dat laatste: ‘In het Twents-Achterhoeks Woordenboek (1948) van G.H. Wanink staat: gôske = dikke stok om te slaan’, met een ô dus. Ik heb helaas nog geen cursussen kunnen vinden.

Van het lidwoord lijkt ook weinig te kloppen. Wij zeggen ‘t, ofwel ‘het’, wat wil zeggen dat wij ‘Gôske’ als onzijdig beschouwen. Echter kan ons clubblad niet onzijdig zijn, en dat heeft geen politieke redenen: ‘Een Twents verkleinwoord kan ‘gôske’ niet zijn, omdat het dan door umlautvorming ‘guske’ (uit enkelvoud ‘gós’) had moeten zijn, of eventueel ‘göske’ (uit enkelvoud ‘gòs).’ Aldus Goaitsen, die hier wederom aan de stoelpoten van onze fundamenten zaagt.

Of toch niet: wederom geldt dat als we Gôske veranderen in Göske, we ermee wegkomen. Of, zoals Goaitsen stelt: ‘Als ‘gôske’ bij jullie van ouds als ‘guske’ of ‘göske’ (als in ‘Köln’ en ‘löss’) werd uitgesproken, dan is er niets aan de hand en klopt het lidwoord ‘het’ ook, want dan is het een verkleinwoord van ‘gós’ of ‘gòs’.’ 

Later voegt hij daaraan toe: ‘Al met al denk ik dat gôssche of gôske (en het oude Rijssense gössche) een vrouwelijk woord is zoals alle oude woorden op ‘-ssche’, zodat het ‘de gôske’ of ‘de góske’ of ‘de goske’ moet zijn. Met als verkleinwoord t gusken of t guske. Ik denk dat in het verleden bij het bepalen van de naam van het blad het woord gôske als verkleinwoord is opgevat (door de uitgang –ke)  en daarom onterecht het lidwoord ‘het’ heeft meegekregen.’

Het mysterie lijkt hiermee opgelost, en zodoende kunnen we weer over tot de orde van de dag.

Promovideo 2008: Impressie van een Torenzondag
Aanleg van buitenbar met bielzentafel en terras in de zomer van 1990

Ingestuurd door Teun Nolet

Verbouwing Boortoren 1989

Het aanbouwen van de nieuwe vleugel aan de oorspronkelijke Boortoren … met 13 herenteams en 6 damesteams barstten we uit de veel te kleine Toren, slecht voor de omzet, dus bijbouwen!

– Teun Nolet
Het oude logo
Heren X en de rups
Toernooiposters
De Torenflap

Wie kent ‘m nog?

Hockey.nl: Boortoren DHC Drienerlo verkozen tot meest bijzondere clubhuis
Boortorens in Twente

Uit: ’t Gôske, 2019-2020, editie 2

Elk lid weet wel dat ons clubhuis een bijzondere is. Zo bijzonder zelfs, dat onze Boortoren is benoemd tot het bijzonderste clubhuis van Nederland. Maar weet elk lid ook dat er meerdere Boortorens te vinden zijn in onze regio? Uit een korte rondvraag blijkt van niet.

In de jaren 30 en 40 zijn maar liefst tachtig(!) Boortorens gebouwd, waarvan de meeste na 1963 vervangen werden door lage pompgebouwtjes, die bij ons beter bekend zijn als boorhuisjes. Er zijn zes overgebleven Boortorens in de regio. Tijd om uit te zoeken wat hiermee gebeurd is!

Drie van de Torens staan op het fabrieksterrein in Hengelo, en zijn een rijksmonument geworden omdat de Torens ‘van cultuur-, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang zijn’. Dit komt, aldus de overheid, onder andere door ‘de redelijk hoge mate van gaafheid’. Vooral dat zien wij natuurlijk ook terug bij onze eigen prachtige Toren. In een van de Torens worden boorkernen bewerkt en bewaard. De andere twee dienen als opslagplaats voor boor- en leidinggereedschap.

De vierde Toren is ook in Hengelo te vinden, maar is geen rijksmonument geworden. Deze Toren werd gebruikt als was- en kleedlokaal, nadat er gestopt was met zoutboring in deze Torens. Inmiddels staat deze Toren helaas leeg. Misschien een leuk huis voor een oud-lid?

Een vijfde Toren is de vinden in Boekelo, en fungeert als zaal bij een eetcafé. Deze Toren is in 2013 grondig gerenoveerd. Helaas voor ons hebben zij sindsdien ook een bar in hun boortoren, die ze zelf de ‘Zouttoren’ noemen. Daardoor zijn wij niet langer de enige Boortoren met een bar erin. Wel hebben wij plek voor meer personen dankzij onze uitbouw. Bij de Zouttoren in Boekelo passen namelijk slechts 30 personen.

En als laatste, onze prachtige Toren. In een krantenartikel ter ere van ‘het vijftigjarige bestaan van de Hengelose zoutindustrie’, valt hierover het volgende te lezen:

‘Vermeldenswaardig is dat de A.K.Z.O. een exemplaar geschonken heeft als clubhuis voor de Drienerlose Hockey Club van de T.H.T., een passend onderkomen voor een sportvereniging van een technische hogeschool’

Onze Toren, geschonken door Akzo Nobel, is en blijft toch wel de bijzonderste. 

Liedjesbundel Heren 1 ter ere van het 7e lustrum
Boortoren geverfd – April 1988

Ingestuurd door Teun Nolet

Promotiestickers