Archief

Op deze pagina zullen we oude foto’s, verslagen en wetenswaardigheden plaatsen. Heb jij een verhaal of foto die hier echt een plekje verdient, stuur deze dan naar ons op!

Daarnaast delen we regelmatig foto’s via de sociale media kanalen Instagram en Facebook.

‘Hoe wij van Pakistan verloren’

Niko Wind, 3e bestuur der DHC Drienerlo, in de lustrumalmanak van 2014

Een van de meest roemruchte wedstrijden van de Drienerlose Hockeyclub was de ontmoeting (op 25 oktober 1967) met de nationale ploeg van Pakistan. Zij hadden net goud gewonnen op de Olympische Spelen en kwamen voor een paar wedstrijden naar Nederland. Er waren twee semi-interlands gepland. Een in Groningen en een in Enschede. DKS kon het karwij niet aan en op de THT, die nu consequent UT wordt genoemd, waren wel potjes met geld om de ploeg te ontvangen en de wedstrijd te organiseren. De KNHB was dolblij met het aanbod. De bond had ons twee maanden daarvoor als aspirant-lid toegelaten tot de competitie en wij hadden ons nog niet misdragen.

Nu hadden wij gevraagd om als tegenprestatie tegen ons te komen spelen. En zo geschiedde. Vrijwel alle kantoren waren die middag leeg en ook in de practicumzalen heerste rust. Het publiek stond rijen dik om het veld (met extra kort gemaaid en super goed gerold natuurgras). De balgoochelaars uit Pakistan dolden ons en passeerden keeper Hans van ’t Sant na een minuut of 10 voor de eerste maal. Ze werden even fel toen ik de kans kreeg om in onze eerste en enige uitval een doelpunt te scoren. De bal verdween op kniehoogte in de hoek. Enig tastbaar is daar niet van overgebleven: de fotografen stonden allemaal bij het andere doel.

Terwijl het publiek genoot van een biertje uit de langs het veld opgestelde rijdende tap, werd onze verdediging keer op keer zoek gespeeld. Bij 9-1 vonden onze gasten het genoeg en na een driewerf hoera vertrokken we – via de kleedkamers – naar de Boerderij (nu Faculty Club) om de wedstrijd te vieren. De Boortoren stond er nog niet. Nu was het om godsdienstige redenen voor Pakistani niet toegestaan om alcohol te drinken. Wij stonden daarom met de veldspelers van Pakistan direct aan de bar en gaven de biertjes ongezien door naar achteren, waar de officials en de keepers zich hadden opgesteld… De beide keepers waren wat oudere ex-voetballers die een aantal tanden misten. Van maskers, helmen en gebitsbeschermers had in die tijd nog niemand gehoord. Ook de fles Bokma, die aanvoerder Ben van der Lugt de gasten voor de wedstrijd aanbood, zal ook wel in de kelen van de officials zijn verdwenen. Die avond ontstond de kreet Rubbish als een vertaling van het ‘Rotzooi’ waarmee we elkaar toedronken. Het veranderen van onze naam in DHC Rubbish ging de bond wat te ver…

De officiële semi-interland werd de volgende dag gespeeld op het veld binnen de sintelbaan. Het was even mooi geprepareerd als ons eigen veld; de sfeer was beduidend minder. Wel een muziekkorps maar relatief weinig toeschouwers. Het werd 1-1, waarna zich in de Boerderij dezelfde taferelen afspeelden; nu met de Nederlandse internationals.

Twee dagen later volgde de officiële interland in het Wagener Stadion in Amstelveen. Een slechte wedstrijd op een slecht veld. Nederland verloor met 1-0. Maar ook daar opvallend aanwezig. Een flink deel van de spelers van heren 1 had kaartjes geritseld bij de directeur van de KNHB. Zij mengden zich uiteraard na de wedstrijd met ‘de vrienden’ uit Pakistan.

Een half jaar later vierden we ons eerste van vier achtereenvolgende kampioenschappen (van de reserve vierde klasse). Die laatste titel en promotie naar de absolute top (de oostelijke eerste klasse) was het tweede hoogtepunt in de geschiedenis van Drienerlo. Maar dat is een totaal ander verhaal. Lees daarvoor het verhaal van Helgert van Raamt.

Uiteindelijke uitslag: 1-9

In het wit de helden van Drienerlo. V.l.n.r. Niko Wind, Max Wierenga, Pieter van Maren, Joop Pinkster, André Raven, Ben van der Lugt, Jan Dopper, Frank Grooters, Ferdinand Lekkerkerker, Willem Selman, Henk Stam, Niko Zandbergen. Liggend keeper Hans van ‘r Sant. Tweede van rechts: voorzitter Geraard Nunninkhoven. Voor hem gehurkt ‘chief’ Harry Aarsse.

‘Ons Clublied’

‘Iedere Drienerloër kent natuurlijk het clublied, het stond immers in ons aller Gôske. Van dit lied bestaat trouwens ook een gekuiste versie die bijna niemand kent. De versie die in dit Gôske stond, u weet wel, met die ‘ballen voor de kloten’, is de oorspronkelijke versie. Hij werd geschreven door Norbert Stadhouders. Het verhaal wil dat hij niet geheel vrij van het Twentse geestrijk vocht was toen hij het lied deed ontstaan… Veel serieuzer waren de beide Patatrassen (Marc Wijnands en Hans van de Heyde) toen zij de nette versie het levenslicht deden aanschouwen. Een trouwe Philips-medewerker (de heer T.M. te E., een niet-hockeyer die onze vereniging een warm hart toedraagt) dichtte tenslotte er een ‘Dames’-versie bij:

‘Dan schieten wij met scherp

Als echte hockeygrieten

Dat godvergeten tuig

De ballen voor der tieten’

U ziet, De strekking is aardig gelijk gebleven. Dit is het duurste deel van het lied; het werd onder werktijd uitgedacht.’ (Monique, Gôske 1984(?))

‘De afgang’ van Drienerlo I tegen Drienerlo III (0-1)’

‘De grootste afgang die je bedenken kunt!!! Niet de nederlaag, maar het ontzettend kwaad worden van Marc en ‘Dolle Dries’ Andries. Mink, misschien moet je ervoor zorgen dat je de jongetjes eens leert volgens een vast systeem te hockeyen. Bijvoorbeeld rondspelen, rondspelen, rondspelen en dan pas toeslaan. Wat er nu gebeurde was toch wel zeer slecht, lang en hoog, het leek wel Engels voetbal-hockey. Een schande om zo te verliezen. Gelukkig heeft het gehele team twee weken de tijd om te herstellen. (Martin uit H1, ’t Goske n.11 1966, in reactie op de verloren wedstrijd tegen H3)

Hieronder het ‘contra verslag’ van H3. Volgens Hans en Marc had H3 in tegenstelling tot H1 wel een goede ’tactiek’.

De Koninklijke Zout gaf ons de Toren cadeau

Door: Niko Wind, uit het 3e bestuur der DHC Drienerlo

Het was in begin 1968 toen de Koninklijke Zout (nu AKZONOBEL) iets voor de studenten van de nieuwe THT wilde doen. Ze waren bezig de traditionele boortorens te vervangen door zout-huisjes en konden er best een missen voor op de Campus. Het verhaal gaat dat zij dit eerst aan de voetballers hadden aangeboden, maar toen zij aarzelden namen de hockeyers het graag over. Penningmeester Egbert Verkaaik nam het initiatief en ging met – op de achtergrond – steun van Frits Drijver (directeur van blikfabrikant Thomassen-Drijver en lid van het Curatorium van THT) en professor Jan Schuyer (Campusdecaan) in onderhandeling met de directie van de Koninklijke Zout. Zowel Drijver als Schuyer waren ook betrokken geweest met de gesprekken met de regionale vereniging en de KNHB om Drienerlo toe te laten tot de competitie en werden daarom benoemd tot erelid.

Samen met onder meer Jan Dopper wist Verkaaik van de Koninklijke Zout gedaan te krijgen dat zij zorgden voor de afbraak, het transport naar de Campus en het weer opbouwen van de Toren. Ook de THT bleek na een aantal gesprekken vol te willen meewerken. Er werden bomen gekapt aan de rand van het bos om ruimte te maken. De THT zorgde voor het fundament, de aanvoerleidingen voor gas, water en elektriciteit en uiteraard voor de riolering.

Ook voor de inrichting hadden Verkaaik en Dopper hun kanalen. Na het gereedkomen van de Bastille verdwenen de studentenactiviteiten uit de Boerderij. De eerste verbouwing in de Boerderij betrof de Proffenbar (waar de Drienerlose Hockey Club Olympisch kampioen Pakistan had ontvangen). Daar werd de bar uit gesloopt. De contacten met restaurateur Wim Zegers waren zo goed dat die bar inclusief de tapinstallatie naar de Boortoren werd verhuisd. Uiteraard op kosten van de THT. We betrokken de drank van de Bastille en draaiden op de drankvergunning van de THT. We hadden daar dus ook geen bemoeienis mee. De Clubhuis Commissie (CHC) beheerde de Toren en de bar en had daarnaast de taak om het houtwerk periodiek in de verf te zetten. Uiteraard werd daarna elk jaar tijdens de ledenvergadering gesteggeld over het percentage van de winst dat aan de vereniging moest worden afgedragen.

De feestelijke opening volgde op 28 september 1969 ter gelegenheid van ons eerste lustrum. Professor Jan Schuyer (zelf een oud-hockeykeeper) pushte onder het toeziend oog van de nieuwe voorzitter Aeneas Mackay een bal door een vel papier (met zijn beeltenis erop getekend) dat voor de deur was gespannen. Daarna kon het bier gaan stromen. Jan Dopper was de eerste voorzitter van de CHC en runde deze horecaonderneming dat jaar samen met Boy van Droffelaar en Henk Tinga.

Na een aantal jaren werd de Toren te klein (en de club te groot. Drienerlo heeft er toen (op eigen kosten!) een stuk aangebouwd (de kuil). Later kwamen er banken op het terras en verscheen er een zout-huisje voor de materialen. De laatste aanwinst is een oerdegelijke tafel, die ter gelegenheid van het 10e lustrum werd geschonken door de 1e voorzitter Tjeerd de Vries.

‘Laatste Zoutboortoren Enschede swingt’

Uit de Tubantia, 19-01-1993

Boortoren verkozen tot meest bijzondere clubhuis

In 2016 werd de Boortoren verkozen tot meest bijzondere clubhuis van Nederland door Hockey.nl. Lees het artikel en bekijk het bijbehorende filmpje via de link! In 2018 kwam de Toren voorbij in de serie ‘Onze club’ op Hockey.nl, dat artikel lees je hier.

Lustrumkrant 5e Lustrum

De Eerste Twintig Jaar (1964-1984): DHC – De Praehistorie

Uit de Almanak van het vijfde lustrum van de Drienerlose Hockeyclub (1989)

Als er één manier is om ingepeperd te krijgen dat je ouder wordt, is het wel door er aan herinnerd te worden dat er 25 jaar geleden iets gebeurd is waarvan je dacht dat het gisteren was.

De meeste leden van DHC zijn nog niet eens 25; dit besef, gecombineerd met de spierpijn van een veteranenpartijtje…… maar laat ik ophouden met zelfbeklag, de meeste oude mannen praten het liefst over zichzelf en het gaat hier over De Club!

25 Jaar geleden dus, toen de TH Twente, nu UT, de poorten opende voor 216 enthousiaste kerels en vier meiden, was het duidelijk, dat (alleen al door die mengverhouding) naast de studie, sport-beoefening een belangrijke plaats zou moeten innemen in het leven van de campusstudent.

De sportaccommodatie, op de groei gebouwd met ruime beurs, was geweldig, en zo’n 70% maakte hier ruim gebruik van.

De grote stimulator en pionier, (meneer) Harry Aarsse, directeur Sportcentrum (in de afgelopen lustrumperiode overleden) vond dat de eerstejaars zelf maar alle verenigingen en organisaties moesten opzetten. Hij organiseerde een plenaire avond, waarop per sport mensen zich naar voren konden dringen die graag een bepaalde club van de grond wilden tillen. Slechts drie leden (Jan Dopper, Bart de Boer en ik) meldden zich voor hockey.

Wij maakten een inventarisatie (plusminus 17 man potentieel) en organiseerden een oprichtingsvergadering, die plaatsvond op 23 september 1964 des avonds in een barak op de parkeerplaats van het huidige pers & voorlichtings-paviljoen.

De naam DHC is pas later vastgesteld op een vergadering in de Boerderij (toen kroeg), waarbij de club nog bijna THTH genoemd dreigde te worden. De kleuren groen/zwart zijn voor alle verenigingen samen gekozen in een uitgebreide vergadering: groen vanwege de Drienerlose bossen, zwart omdat een hockeybroek nu eenmaal zwart hoorde te zijn!

De nieuwe vereniging had twee handicaps; geen grasveld, en niet lid van de bond. Verder deden de meeste leden nog één tot vier andere sporten, naast studeren en in de kroeg zitten.

Toch hadden we, als iedereen er was, een goed elftal met b.v. de legendarische (Willem) Koekebakker, Henk Stam (die bij resp. PW en DKS eerste klas speelden, destijds de hoogste afdeling) en Willem Selman (later ook in het glorieteam 68-71). Niko Wind, een goeie hockeyer, was toen al in de nadagen van zijn carriere. We speelden veel vriendschappelijk tegen de omliggende verenigingen, die ons, de eerste paar jaar zeker, welgezing tegemoed traden. (‘De heern binn zeker studentn’). Bladerend door mijn oude agenda vind ik bijvoorbeeld:

               17 oktober                                        DKS
               29 oktober                                        Leden Vergadering
               30 oktober                                        Delftse studenten
               (2 november                                     “bolhoeden passen”)
               21 november                                    PW/Textielschool
               28 november                                    PW 5
               30 januari                                          Hengelo
               18 januari                                          zaalhockey in Enschede
               6 maart                                              Groningen
               etc,etc.

Op het belangrijkste evenement van het seizoen, de Nederlandse Studenten Kampioenschappen in Amsterdam (6-8 april) was de opstelling aldus:

                                                            v.d. Veer

Verkaaik               Wieringa

Dopper                 Stam                     Selman

Tj Wind                A N Wind             Tj de Vries           Koekebakker       Schurink

Reserve: v. Dommelen

Merk op, hoe aanvalslustig destijds ons systeem was met 1-2-3-5. Helaas Werden de veldsporten afgelast wegens zware regenval. Dit gaf ons de gelegenheid om, behalve Madame Arthur te bezoeken, ook onze maatjes bij de andere sporten aan te moedigen. Nooit zal ik het moment vergeten, dat een Drienerlose zwemmer, in z’n overmoed ingeschreven voor de 200 meter vrijeslag (“we play the game” was tenslotte het motto), na 150 meter bij het keerpunt aan de overkant uit het water kroop omdat hij de lange weg terug waarschijnlijk niet meer zou halen.

Op 24-2-’65 verscheen het eerste nummer van “Het DHC nieuws: voorlopig orgaan van de Drienerlose Hockeyclub”. Elders hieruit wellicht meer, maar de eerste bestuurswisseling zij even vermeld: Hans van der Veer en Jan Kuipers treden af, Bart de Boer (lid) en Egbert Verkaaik (penningmeester) komen erbij. Voorzitter en secretaris blijven De Vries en Dopper, tevens redacteuren van het clubblaadje. Wie schrijft, die blijft.

De redactie deed een gouden greep: zij liet Edgar Koekebakker een rubriek Technische en Tactische Tips verzorgen. deze historische bijdragen (“eerst mikken en dan tikken”) verdienen het, compleet herdrukt te worden in het Göske ( zo niet in de Hockeysport).

Beste DHC-leden en reünisten,

Dit was maar even heel kort over het allereerste begin.

De fantastische sfeer, de gezelligheid, de dynamiek, het gevoel van onbeperkte mogelijkheden, het ontstaan van de TH en de campus met een grote dosis idealisme, de opbloei van een aantal bijzondere persoonlijkheden, wie zal niet zeggen dat het een unieke ervaring, ja misschien zelfs de mooiste tijd van z’n leven was.

In deze oersoep ontstond het plantje DHC, dat later zou uitgroeien tot zo’n bloeiende vereniging, en nog afgezien van de sportieve successen, tot een van de sterkste en meest benijdde sociale kernen van de TH.

Er zijn tijden geweest dat ik leefde voor die club als voor weinig andere dingen, en zo hoeft het natuurlijk ook weer niet voor ieder van jullie, maar wat ik iedereen toewens is dat hij/zij ook, met een lach en een warm gevoel terug denkt aan de Drienerlose Hockeyclub.

Over 25 jaar.

Rubbish.

Tjeerd J J de Vries

Nieuw clubhuis

Heren 1 in 2002

Heeren Zeeven: Hockeyers bekopen grap met nederlaag

“Scheidsrechter! Ze maken onze jongens kapot!!”

Door Helgert van Raamt, 7e bestuur der DHC Drienerlo, in de Lustrumalmanak van 2014

Het moet in het voorjaar van 1971 zijn geweest, DKS – Drienerlo, in een tijd dat hockey nog op gras gespeeld werd, echt gras, je nog buitenspel kon staan en dat DKS, De Kromme Stok, die hockeyclub was die in Twente de toon aangaf, althans al enige tijd de hoogst geplaatste club was in Twente. Misschien is die wedstrijd het omslagpunt geweest in de waardering van Drienerlo.

Drienerlo was voor de zoveelste keer op rij gepromoveerd en speelde in de tweede klasse. Om de gedachten te bepalen, in die tijd speelde de hockey competitie zich af in een regionale indeling, West, Noord Oost en Zuid en was de eerste klasse het hoogst haalbare. DKS was gedegradeerd uit de eerste klasse en de eerste wedstrijd van het seizoen was de promovendus tegen de degradant. Drienerlo-DKS 1-1. Het kon nog alle kanten op dat jaar. Drienerlo bleef ook dat jaar bovenin spelen en DKS bleef in de achtervolging. De uitwedstrijd bij DKS zou mogelijk een ‘vorentscheiding’ zijn. Het wedstrijdverloop was niet anders dan de meeste Drienerlo wedstrijden; we kwamen aan de leiding, ditmaal door twee strafcorners en DKS scoorde één maal tegen.

Het echte duel speelde zich grotendeels langs de lijn af. Drienerloërs waren in groten getale naar De Kroedkotten, het DKS bolwerk, getrokken en nam een groot deel van de beschikbare zijlijn-plaatsen in. Het feit dat er af en toe een DKS’er tot de ontdekking kwam dat er een Drienerloër aan zijn shirt hing, dat er op het scherpst van de snede werd gestreden… allemaal reden om gezellig en geanimeerd de discussie met het DKS publiek aan te gaan, met mogelijk als hoogtepunt de sprint die twee moeders van DKS spelers in de rust naar de scheidsrechter trokken met de onsterflijke woorden: “Scheidsrechter!! Ze maken onze jongens kapot!!”.

De beloofde ‘kratje per doelpunt’ van de DKS coach Johan is nooit gekomen, een discussie of een overwinning terecht is, wordt veel aangenamer als je gewonnen hebt… En Drienerlo ging door om te promoveren naar de hoogste klasse, waarschijnlijk de enige Nederlandse hockeyclub die in één run van reserve 4e klasse naar de hoogste klasse is gegaan. Echt goed is het niet meer gekomen tussen Drienerlo en DKS… en met DKS is het ook niet echt goed afgelopen.

Tot op dat moment werden we ‘de student’n’, de hockeyers van de TH beschouwd als ‘leuk’, konden een beetje hockeyen, leuk spul, aardig clubhuis, gezellige borrels en veel bier, vooral veel bier. Ik mocht het vanaf 1969 meemaken. Twentse hockey dag winnen en op naar de derde klasse en altijd maar dat promoveren…

De omstandigheden waaronder dit allemaal tot stand kwam waren florissant te noemen. Een TH met een voortreffelijk sportklimaat. Hockeytrainer, looptrainer, krachttrainer en Harrie Aarsse, de hoofdsportleider van de TH als coach, het kon niet op. Het feit dat we in een interview met Tubantia ons lieten ontvallen ‘dat die trainers daar toch maar rondliepen’ leidde gelukkig maar tot een gedeeltelijke en tijdelijke boycot.

Het feit dat er door DHC veel, vaak werd getraind was een fenomeen dat zelfs buiten de regio bekend werd. De overmatige gezelligheid (want dat was het) tijdens en na zowel de vroege ochtend als de veldtrainingen leidde tot een wat grotere groep dan de selectie eigenlijk voor noodzakelijk hield, maar ja… gezellig. Een hoofdsportleider met een bongo-trommeltje (“zeg van Maren, luisteren we nog?” “Ja trainer maar der zit een vent met een trommeltje doorheen”), een in de weg lopende ‘souschef’ Menno, met onduidelijke en volstrekt overbodige taakomschrijving. Er eenvoudigweg bij zitten mocht ook, een oplossing gekozen voor de Vaste Supporter (Frank) het éénmans legioen langs de lijn, wiens vaste taak het was om 10 minuten voor het einde van de wedstrijd richting clubhuis te gaan onder het uitspreken van de legendarische woorden “hoe lang weten we dit nog te rekken, ja?? IK GA VAST!!” zodat hij het gehele seizoen, elke wedstrijd drie tot vier bier vóór lag.

De coaching van Harry Aarsse was een fenomeen op zich. Aangezien het volstrekt overbodig bleek te zijn om zoiets als een strategie te bepalen werd toevlucht gezocht tot een mengeling van dynamische, morele support en uitermate verwarrende wijzigingen in de opstelling. Op het moment suprême, overigens geheel onafhankelijk van de stand of het verloop van de wedstrijd, begon de heer Aarsse schril op zijn vingers te fluiten waarbij hij dan wel twee, ook wel vier vingers opstak. Dat was het teken voor het overgrote deel van het elftal om een geheel andere positie in te nemen. De eerste twee minuten na deze manoeuvre waren ideale momenten om te scoren omdat de tegenstander zich af vroeg wat er in godsnaam gebeurde. Dat het nooit gebeurd is, lijkt te danken aan het feit dat het elftal zich hikkend van de lach naar de nieuwe positie had begeven (en zich bleef afvragen wat het daar te zoeken had). Ach… als we maar wonnen…

Het waren prachtige jaren. Wij, Daan (van LHC), John (van Kromhouters) en ik (van HDM) waren binnen gehaald op de kennismakingsdagen, op basis van twee ijzersterke argumenten: Drienerlo had tegen Pakistan gespeeld en Drienerlo was de enige club met een eigen clubhuis, de Boortoren… Nou OK, als wij dan de strafcorners mochten nemen… deal!! Zat Andre met zijn nieuwe schoenen!

Langzaam omhoog kruipen in de standen en rangen van de KNHB, opgemerkt worden door prestatie, reputatie en faciliteiten die de KNHB ertoe brengen om de ‘Technische Hockeydagen’ op de THT te organiseren en toch enige paniek als blijkt dat Drienerlo dreigt om de eerste klasse in te komen en nog steeds proeflid blijkt te zijn. KZ (toen nog een hockey bolwerk) kwam zich op het seizoen voorbereiden op de Campus en Drienerlo was als gebruikelijk in voorbereiding gezamenlijk met GSHC, de Groninger Studenten, ook van alle wateren gewassen en zich te volle periode afvragend wat we eigenlijk aan het trainen waren.

Voor uitwedstrijden was er ‘de Boevenwagen’, een TH personenvervoermiddel dat sterke gelijkenis vertoonde met de huidige wagens van het Ministerie van Justitie, Dienst Vervoer en Ondersteuning, voor het transport van gedetineerden, gespoten in een unieke matte, donkerblauwe verf met aan het stuur een BOB avant la lettre, tegen een geringe vergoeding (liquide middelen) een voetballer met een vrachtwagen rijbewijs. De dames van harte uitgenodigd.

Het ligt nog allemaal vast in de uitgescheurde pagina’s Hockeysport, uitgeknipte stukken Tubantia en in enkele gevallen een heel klein stukje landelijk dagblad, vaak teksten met het kenmerkende taalgebruik van Niko Wind. Het is allemaal aan het vergelen, vervagen en verdwijnen. Soms zijn er krantenkoppen die je nooit wilt vergeten, MAG vergeten en die de mooiste hockeytijd uit je leven illustreert, zoals de Telegraaf kop met de quote van Andre Bolhuis, prominente Kampong hockeyer, aanvoerder van het Nederlands team, de analen ingaand met de uitspraak naar aanleiding van de terughoudendheid van de KNHB met het instellen van een Hoofdklasse:

“Als de KNHB het niet wil dan doen we het zelf wel, samen met Klein Zwitserland en Drienerlo”.

Those were the days, my friends…

Kampioensteam 1990

Ingestuurd door Robert-Jan Vermeulen

Het kampioensteam van Drienerlo in het seizoen 1989-1990 (2e klasse) in de Tubantia van mei 1990. Dit was ook nog eens in het jubileumjaar (25 jaar) van DHC. In dat seizoen werd Drienerlo het hoogst spelende team in de regio. Met 13 herenteams en 6 damesteams ook de hockeyclub met verreweg de meeste seniorenteams!